Version à imprimer

Rubrique : Luttes

Dans la même rubrique

  • Qu’exprime ’Nuit debout’ ?
  • Combats de rue après les élections présidentielles en Iran
  • Les enjeux des luttes en Grèce
  • Retraites : les travailleurs attaqués peuvent battre le gouvernement !
  • Grèves en France et ailleurs : notre intervention dans les mouvements
  • PRENONS NOS LUTTES EN MAINS ! - Dernier tract de Controverses diffusé dans les mouvements en France
  • Tract sur les luttes en France (diffusé en Belgique)
  • Tunisie, Égypte,... C’est aux ouvriers de prendre la relève !
  • Tempêtes au Maghreb et au Moyen-Orient
  • Sur les luttes en Algérie, Tunisie et Égypte (Raoul Victor)
  • Développement de grèves de masse en Égypte et ailleurs … Les ouvriers et les employés prennent la relève !
  • Après l’avoir soutenu, les ‘Démocraties’ laissent Kadhafi mettre la Lybie à feu et à sang + 3ème communiqué du PCInt - Le Prolétaire
  • Que se passe-t-il au Moyen-orient ? - CCI
  • Réponse à une invitation au débat de la part du CCI : Éléments pour un cadre de compréhension plus global des mouvements sociaux actuels
  • De l’indignation... à la lutte, toujours
  • Sur les mouvements sociaux en Espagne (actualisé le 30 mai)
  • Une nouvelle brochure sur les ’Assemblée Populaires’
  • A propos du mouvement des "indignés" en Espagne - Raoul Victor
  • En Grèce, la bourgeoisie déclare la guerre au prolétariat
  • Il y a une alternative, mais il faudra se battre
  • (Octobre 2010) Échos de notre intervention dans les mouvements en France
  • La Grèce démontre une fois de plus qu’il est impossible de lutter contre les attaques capitalistes par la voie électorale et réformiste
  • Manifeste internationaliste de conscrits grecs
  • Toutes les versions de cet article :

  • Tempêtes au Maghreb et au Moyen-Orient (fr)
  • Storms over the Maghreb and the Middle East (en)
  • Stürme über dem Maghreb und im Mittleren Orient (de)
  • Tempestad en el Magrheg y en Medio Oriente (es)
  • Stormen over de Maghreb en het Midden-Oosten

    Wat gebeurt er in Noord-Afrika en het Midden-Oosten ? De schokgolf die vanaf december 2010 Tune­sië in zijn greep had, en die zich naar heel de regio schijnt uit te breiden, heeft zijn epicentrum nu (begin fe­bruari 2011) in Egypte. Wat hebben deze landen gemeen zodat een volksbeweging bij de één de­zelfde protesten en oproer bij de ander teweegbrengt ?

    In de eerste plaats laten zij het volgende gemeenschappelijke kenmerk zien : of het nu gaat over mo­narchieën of republie­ken, het zijn allemaal corrupte, autoritaire of dictatoriale regimes, waaronder het ne­potisme en het clanis­me regeert. Desondanks zijn ze niet van de wereld afgesloten en ondergaan zij de dominante invloe­den. De veralgemening van de kapitalistische productiewijze en zijn sociale verhoudingen begun­stigt de ontbinding van archaïsche banden waaruit deze regimes tot op de dag van vandaag hun be­staansredenen hebben geput. We moeten verder rekening houden met de rol van de grootmachten in het voortbestaan van deze dictaturen en in de spanningen die hun politiek-econo­mische leven bepalen.

    De economische crisis en de sociologische veranderingen

    De bevolkingen van deze landen maken culturele en sociologische veranderingen door. Dat zijn nieuwe factoren in de oorzaken die de volksmassa’s in beweging brengen en zich tegen de heersen­de sociale en politieke functioneringswijze verzetten. Deze veranderingen raken in de eerste plaats de jeugd, die een opleiding heeft gehad op een bijna vergelijkbaar niveau als in de westerse landen. Dit is een belangrijke factor van een openheid voor de wereld, voor haar werkelijkheid (vgl. de rol van het internet in de manifestaties), maar ook voor haar fantomen. Het merendeel van deze lan­den, met uitzondering van de olie-monarchieën, hebben in de economische competitie geen ander alternatief dan te proberen om een plek als “werkplaats” van de rijke landen te verwerven. Dat heeft het hen mogelijk gemaakt om een bepaald ontwikkelingsniveau te handhaven (4,5% groei voor Tu­nesië), terwijl Europa en de Verenigde Staten in de recessie doken. Maar dat is onvoldoende om de wenselijke integratie van duizenden gediplomeerde Tunesiërs en anderen in de arbeidsmarkt te verzekeren. Erger nog, de meesten hebben geen andere keuze dan te emigreren of straathandelaar te worden, en de politie­agent ‘bakchich’ (1) te moeten betalen. Bovendien verscherpt het duurder worden van de basisvoe­dingsmiddelen, een van de gevolgen van de crisis, de woedende volksoproeren. De sociale verande­ringen zijn ook nieuwe factoren van contradicties. De bevolkingen van deze landen worden steeds meer verstedelijkt, en de traditionele verhoudingen neigen ertoe zich te ontbinden ten gunste van een proletarisering die zich kenmerkt door de uitbreiding van levenloze voorsteden. De kern van de werken­de klasse leeft er van kleine overlevings-jobs, handeltjes, klein handwerk, van werk in kleine onder­nemingen, in ateliers van buitenlandse investeerders, en van tijdelijk werk in de toerisme-sector. Deze condities zijn door de economische en sociale structuur van deze landen gegeven.

    Ondanks opposities van het islamistisch type, die ervan dromen om de monarchische republieken door theocratische dictaturen te vervangen, heeft een groot deel van de bevolking en van de jeugd andere aspiraties, zoals zij in de bewegingen en oproeren in de afgelopen maanden hebben gemani­festeerd. Uiteraard bepaalt het sociale karakter van het protest de aspiraties die zich in de massabe­weging uitdrukken. Het proletariaat van de zogenaamd opkomende landen kan slechts tot eisen ko­men die in directe tegenstelling staan met hun perceptie van het onrecht dat hen is aangedaan. Het wil : minder corruptie, gelijke rechtspraak, minder cliëntelisme, werk, kortom : de instelling van moderne waarden die de vrijheid van het individu garanderen in de context van een markteconomie.

    De gelijktijdigheid van de protest-bewegingen kan eveneens verklaard worden door de slijtage van dictaturen die voor het merendeel al 30 jaar oud zijn. In dit elementaire proces van oproer en re­volte moeten geen revolutionaire, anti-kapitalistische voedingsbodems worden gezocht, processen waarop de arbeidersklasse van deze landen zich zou baseren om zijn anti-kapitalistische eisen naar voren te brengen. Bovendien kan men deze landen niet met de Europese vergelijken. Niet vanuit het standpunt van het proletariaat, vanuit hun plaats in de wereldeconomie, noch vanuit het gezichtspunt van hun belang in de context van de sociale en politieke verhoudingen van de grootmachten. We moeten erop wijzen dat het westerse proletariaat de gevolgen van de crisis ondergaat zonder overmatig te reageren op de langzame degradatie van de levensomstandigheden van een deel van de bevolking, noch op de bezuinigingsmaatregelen die in Europa beginnen te worden doorgevoerd. De explosies van woede in Griekenland of de acht weken tegen de pensioenhervormingen in Frankrijk zijn niet op heldere perspectieven vanuit het standpunt van de klassenstrijd uitgelopen, onverlet dat zich een bepaalde kritiek op de vakbonden heeft gemanifesteerd in het houden van Algemene interprofessionele Vergaderingen.

    De middelen die in de protestbewegingen in Tunesië en Egypte zijn ingezet, de massale en vreedza­me demonstratie, enkele woede-uitbarstingen tegenover provocaties uitgezonderd, vervolgens de aanval op de politieke symbolen van de regimes en het in brand steken de kantoren van de par­tijen aan de macht, getuigen van vastberadenheid en van de afkeer van de staatsprofiteurs. Het oprichten van waakzaamheid-comités om bepaalde wijken tegen overvallen door plunderaars te be­schermen (zowel in Egypte als in Tunesië) zijn de beschermingsmaatregelen van een volksbewe­ging, een vorm van sociale solidariteit, die een destructieve wanorde weigert. Deze comités zijn een antwoord op de onmiddellijke situatie geweest, niet vooraf bedachte maatregelen, tegen de vandalen van Ben Ali of Moubarak. De zijn erop uit geweest om wanorde te stichten, en daarmee de repressie-maatregelen van gecorrumpeerde dictators te verrechtvaardigen. In tegenstelling tot de il­lusies van ultra-linksen hebben deze comités niets te maken met embryo’s van arbeidersraden. In afwezigheid van klassenstrijd hebben zich geen andere uitdrukkingen van solidariteit en verhelde­ring gevormd in verband met de manifestaties van jongeren en werklozen.

    De imperialistische machten en de landen in de regio

    Vanwege de verhoudingen van de grootmachten met de landen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten (bijvoorbeeld hun economische, politieke en strategische akkoorden), raken Europa en de Verenigde Staten verontrust over de mo­gelijke omwentelingen in deze regio. Europa heeft grote belan­gen in de Maghreb, waar het energie vandaan haalt. Bovendien wil het de toestroom van immigran­ten uit de Maghreb en vooral uit zwart Afrika een halt toeroepen of ten minste controleren. De be­langrijkste toegangswegen lopen via Marokko (het Nauw van Gibraltar) en via de Tunesische kust in de richting van Italië. Er zijn douane- en politie-akkoorden met deze landen van kracht die ze lijken te respecteren. Vandaar dat deze immigranten in opvangkampen in Marokko en Tunesië worden opeengestapeld en aan slechte behandeling worden onderworpen. Deze rechteloze zones zijn niet het onderwerp van enige belangstelling van welke kant dan ook.

    De VS hebben van hun kant hun geopolitieke invloed over de hele Maghreb uitgebreid, zoals voor­heen over het Midden-Oosten, terwijl Frankrijk zijn economische belangen in zijn voormalige kolo­niën behield. Maar de Tunesische besmetting die Egypte bevalt, bedreigt de werkelijk strategische re­gio voor de Amerikaanse machtsontplooiing in rep en roer te brengen : het Midden-Oosten (Suez-ka­naal, de relatie met Israël). Obama toont zich omzichtiger met Mubarak dan hij met Ben Ali is ge­weest. Hij aarzelt om de zogenaamd “democratische” oplossing door te zetten, terwijl hij zich ten gunste van vreedzame demonstraties en de vrijheid van internet uitspreekt.

    Waar gaan we naartoe ?

    Wie zal er profijt trekken van deze volksbewegingen ? Behalve degenen die de val van al deze dicta­turen nastreven, dat wil zeggen hun eigen slachtoffers. Het is opmerkelijk dat de bewegingen in Tu­nesië en Egypte zich zonder leiders of politiek partijen aan het hoofd hebben ontwikkeld. Ze heb­ben zelfs geweigerd om wie dan ook zich tot woordvoerder of vertegenwoordiger te laten maken. Dit aspect moet worden verdiept om de werkelijkheid nauwkeuriger te kunnen beoordelen, en de aard van deze gebeurtenissen te begrijpen, die aan geen enkel vooraf opgesteld schema lijken te beantwoorden. De aspiraties van deze bevolkingen in oproer zijn met zekerheid niet anti-kapitalistisch, en het is onwaarschijnlijk dat de toekomst ze zal bevredigen. Het enige perspectief zou zijn dat de klassenstrijd in de ontwikkelde landen zich verbindt met de klassenstrijd in de opkomende landen (of omgekeerd), wanneer de globale crisis van het kapitalisme al zijn vernietigende gevolgen over de hele planeet zal doen voelen.

    Forum voor de Internationalistische Communistische Linkerzijde (revue Controversen), 04 Februari 2011

    (1) bakchich = steekpenningen